Meer stikstof, fosfor en zware metalen geloosd door rioolwaterzuivering
Na een jarenlange daling lozen rioolwaterzuiveringsinstallaties de laatste twee jaar weer meer afvalstoffen op het oppervlaktewater. In 2024 lag de zogenoemde restlozing van stikstof door rioolwaterzuiveringsinstallaties 5 procent hoger dan in 2019. De restlozing van fosfor was nog steeds lager dan vijf jaar eerder (-3 procent), maar deze is de laatste jaren wel toegenomen. De lozing van zware metalen is hoger dan vijf jaar eerder, vooral die van zink en nikkel. De restlozingen van stikstof, fosfaat en zware metalen zijn wel lager dan in 2000. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en de Emissieregistratie.
Rioolwaterzuiveringsinstallaties halen niet 100 procent van de vervuiling uit het rioolwater. Rioolwater is een mengsel van afvalwater van huishoudens en bedrijven en van regenwater. In de zogenoemde restlozingen worden restanten van schadelijke stoffen en verontreinigingen geloosd op het oppervlaktewater, zoals sloten, rivieren en meren. Restlozingen vanuit rioolwaterzuivering zijn een van de belangrijkste bronnen van watervervuiling door stikstof, fosfor en zware metalen.
In 2024 bedroeg de restlozing stikstof 15,1 miljoen kilogram, 5 procent meer dan vijf jaar eerder. Van fosfor lag de restlozing met 1,7 miljoen kilogram 3 procent lager. Deze was wel hoger dan in 2020 tot en met 2022. De hoge waarden in 2023 en 2024 werden mogelijk mede veroorzaakt door de relatief hoge hoeveelheid rioolwater door meer neerslag. Vergeleken met 2000 lag de restlozing van stikstof bijna 50 procent lager door verbetering van de rioolwaterzuivering. Voor fosfor is de restlozing 40 procent lager dan in 2000.
Stikstof en fosfor worden in 2024 gemiddeld voor 84 procent en 87 procent uit het rioolwater gehaald. In 2000 was dat nog achtereenvolgens 66 procent en 79 procent. De verbetering komt mede door technische maatregelen als gevolg van Europese regelgeving. Stikstof en fosfor veroorzaken vermesting van het oppervlaktewater, wat kan leiden tot overmatige algengroei.
Bij de zware metalen zink, nikkel en koper is de restlozing vanuit rioolwaterzuivering hoger dan vijf jaar eerder. Bij zink was dat in 2024 met 82,7 duizend kilogram 11 procent meer dan in 2019. Van nikkel lag dat met 7,6 duizend kilogram 4 procent hoger. De restlozing van koper was met 9,4 duizend kilogram 2 procent groter. Vermoedelijk komt dit ook door de relatief hoge hoeveelheid afvalwater. Vergeleken met vijf jaar eerder lag de restlozing van chroom lager (-10 procent).
Ten opzichte van 2000 is de restlozing van zware metalen lager. De restlozing van koper en chroom nam in die periode met ongeveer de helft af. Die van nikkel lag bijna 40 procent lager, van zink 18 procent.
De afname van de zware metalen is voornamelijk een gevolg van een dalende hoeveelheid zware metalen in het aangevoerde afvalwater. Dit komt vooral door saneringsmaatregelen bij de industrie en in mindere mate ook door het gebruik van alternatieve materialen voor dakgoten en straatmeubilair.
Rioolwaterzuiveringsinstallaties halen niet 100 procent van de vervuiling uit het rioolwater. Rioolwater is een mengsel van afvalwater van huishoudens en bedrijven en van regenwater. In de zogenoemde restlozingen worden restanten van schadelijke stoffen en verontreinigingen geloosd op het oppervlaktewater, zoals sloten, rivieren en meren. Restlozingen vanuit rioolwaterzuivering zijn een van de belangrijkste bronnen van watervervuiling door stikstof, fosfor en zware metalen.
In 2024 bedroeg de restlozing stikstof 15,1 miljoen kilogram, 5 procent meer dan vijf jaar eerder. Van fosfor lag de restlozing met 1,7 miljoen kilogram 3 procent lager. Deze was wel hoger dan in 2020 tot en met 2022. De hoge waarden in 2023 en 2024 werden mogelijk mede veroorzaakt door de relatief hoge hoeveelheid rioolwater door meer neerslag. Vergeleken met 2000 lag de restlozing van stikstof bijna 50 procent lager door verbetering van de rioolwaterzuivering. Voor fosfor is de restlozing 40 procent lager dan in 2000.
Stikstof en fosfor worden in 2024 gemiddeld voor 84 procent en 87 procent uit het rioolwater gehaald. In 2000 was dat nog achtereenvolgens 66 procent en 79 procent. De verbetering komt mede door technische maatregelen als gevolg van Europese regelgeving. Stikstof en fosfor veroorzaken vermesting van het oppervlaktewater, wat kan leiden tot overmatige algengroei.
Bij de zware metalen zink, nikkel en koper is de restlozing vanuit rioolwaterzuivering hoger dan vijf jaar eerder. Bij zink was dat in 2024 met 82,7 duizend kilogram 11 procent meer dan in 2019. Van nikkel lag dat met 7,6 duizend kilogram 4 procent hoger. De restlozing van koper was met 9,4 duizend kilogram 2 procent groter. Vermoedelijk komt dit ook door de relatief hoge hoeveelheid afvalwater. Vergeleken met vijf jaar eerder lag de restlozing van chroom lager (-10 procent).
Ten opzichte van 2000 is de restlozing van zware metalen lager. De restlozing van koper en chroom nam in die periode met ongeveer de helft af. Die van nikkel lag bijna 40 procent lager, van zink 18 procent.
De afname van de zware metalen is voornamelijk een gevolg van een dalende hoeveelheid zware metalen in het aangevoerde afvalwater. Dit komt vooral door saneringsmaatregelen bij de industrie en in mindere mate ook door het gebruik van alternatieve materialen voor dakgoten en straatmeubilair.
Geen opmerkingen: