Europese Commissie schetst ruimte binnen KRW: herziening niet nodig
De Europese Commissie heeft een nieuw richtsnoer gepubliceerd over de bestaande flexibiliteit van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het richtsnoer is gespecificeerd op mijnbouwactiviteiten maar is ook breder toepasbaar. Het laat zien dat er al veel mogelijkheden bestaan en sluit daarmee aan bij de conclusie van Vewin dat de herziening van de KRW niet nodig is om mijnbouwactiviteiten mogelijk te maken.
In het richtsnoer geeft de Europese Commissie interpretaties en verduidelijkingen van bestaande bepalingen in de KRW. Daarbij verwijst zij naar praktijkvoorbeelden en uitspraken van het Europese Hof. De Commissie gaat onder meer in op mogelijkheden rond mixing-zones, monitoring, uitzonderingen, het aanwijzen van waterlichamen en het versnellen van vergunningverlening. Ook wordt toegelicht hoe lidstaten zogenoemde river-basin specific pollutants kunnen aanwijzen.
De Commissie wijst daarnaast op recente aanpassingen aan de KRW. Deze wijzigingen bieden ook extra ruimte voor tijdelijke achteruitgang van waterkwaliteit en voor het verplaatsen van vervuiling. Het richtsnoer wijst hier ook op. Tijdens deze aanpassing zijn nieuwe normen vastgesteld voor stoffen zoals PFAS, waarbij de implementatietermijnen doorlopen tot na 2039.
Vewin is kritisch op een mogelijke herziening van de KRW voor mijnbouwdoeleinden. Volgens Vewin is een herziening onnodig en onwenselijk, omdat dit het risico met zich meebrengt dat de richtlijn op meer onderdelen wordt aangepast. Het nieuwe richtsnoer van de Europese Commissie ondersteunt het standpunt dat de huidige KRW al voldoende mogelijkheden biedt.
In het richtsnoer geeft de Europese Commissie interpretaties en verduidelijkingen van bestaande bepalingen in de KRW. Daarbij verwijst zij naar praktijkvoorbeelden en uitspraken van het Europese Hof. De Commissie gaat onder meer in op mogelijkheden rond mixing-zones, monitoring, uitzonderingen, het aanwijzen van waterlichamen en het versnellen van vergunningverlening. Ook wordt toegelicht hoe lidstaten zogenoemde river-basin specific pollutants kunnen aanwijzen.
De Commissie wijst daarnaast op recente aanpassingen aan de KRW. Deze wijzigingen bieden ook extra ruimte voor tijdelijke achteruitgang van waterkwaliteit en voor het verplaatsen van vervuiling. Het richtsnoer wijst hier ook op. Tijdens deze aanpassing zijn nieuwe normen vastgesteld voor stoffen zoals PFAS, waarbij de implementatietermijnen doorlopen tot na 2039.
Vewin is kritisch op een mogelijke herziening van de KRW voor mijnbouwdoeleinden. Volgens Vewin is een herziening onnodig en onwenselijk, omdat dit het risico met zich meebrengt dat de richtlijn op meer onderdelen wordt aangepast. Het nieuwe richtsnoer van de Europese Commissie ondersteunt het standpunt dat de huidige KRW al voldoende mogelijkheden biedt.

Geen opmerkingen: