Ads Top

Wonen langs de rivieren: leven met water

Het lijkt iets uit een ver verleden: dijken die doorbreken, huizen onder water, mensen die hals over kop hun spullen pakken. Toch is het nog geen eeuw geleden dat grote delen van Nederland overstroomden. Begin 1926 vonden langs de grote rivieren de laatste echte dijkdoorbraken plaats. 

Ralph Schielen vertelt hoe we al decennialang continu werken aan bescherming tegen hoogwater en overstromingen. Als senior-adviseur waterbeheer houdt hij zich bezig met de waterstanden en het sediment in de Nederlandse rivieren.

Dat doet hij al ruim 25 jaar. Hij promoveerde aan de Universiteit Utrecht en bij het Waterloopkundig Laboratorium (nu Deltares) en combineert zijn werk met onderzoek aan de universiteit in Delft. ‘Ik probeer het meer fundamentele onderzoek naar rivieren te verbinden met de praktijk van Rijkswaterstaat.’

Na de ramp van 1926 volgden ingrijpende maatregelen om herhaling te voorkomen. Vooral langs de Maas lag de nadruk op beteugelen: het water moest worden ingesloten. Rivieren werden rechtgetrokken, dijken verhoogd en overlaten afgesloten.

Belangrijke projecten waren de Maaskanalisatie in de jaren 20 en 30, waarbij de Maas werd genormaliseerd om de waterstanden beter beheersbaar te maken. Ook werd de Beerse Overlaat gesloten.

Deze overlaat was eeuwenlang een veiligheidsmechanisme: bij extreem hoogwater overstroomden lage plekken bij Beers gecontroleerd, zodat het achterland beschermd bleef. In 1942 kwam hier een einde aan door het ophogen van de dijk tussen Gassel en Linden.

Jarenlang leken deze maatregelen te werken, tot het in de jaren 90 opnieuw bijna misging. In 1993 en 1995 bereikten de waterstanden van de Rijn en de Maas opnieuw gevaarlijke hoogtes.

Dorpen zoals Itteren en Borgharen overstroomden en in 1995 werden 250.000 mensen geëvacueerd, een ongekende operatie. Er braken geen dijken door, maar de dreiging was groot. Schielen: ‘Bij Ochten was het kantje boord. Dat besef is heel belangrijk.’

De hoogwaters van 1993 en 1995 vormden de directe aanleiding voor nieuw beleid: we moeten de rivieren meer ruimte geven. Schielen: ‘Daar zit een heel verhaal achter. In die tijd hadden we een vaste systematiek om te bepalen hoe hoog dijken moesten zijn.

Voor de bescherming werd een bepaald beschermingsniveau afgesproken. Op basis van gemeten afvoeren en statistische analyses bepaalde je de dijkhoogte. Die extreme hoogwaters trokken die grenzen flink op.

Als we onze eigen methodiek strikt hadden gevolgd, hadden we na 1995 opnieuw alle dijken moeten verhogen. Maar je kunt dijken niet eindeloos blijven verhogen: hoe hoger de dijken, hoe groter de gevolgen als het toch misgaat.’

Zo ontstond het idee om de rivier meer ruimte te geven. In plaats van de dijken steeds hoger te maken, werden de waterstanden verlaagd door maatregelen in de uiterwaarden. Daarmee werd langs de Maas in 1997 gestart via het programma Maaswerken.

Hier lagen al een aantal plannen die door hoogwaters versneld werden opgepakt. De doelen waren bescherming tegen hoogwater, verbetering van de vaarweg, grindwinning en natuurontwikkeling. Het programma Ruimte voor de Rivier volgde in 2002. In 2005 werd de eerste planologische kernbeslissing genomen met het volledige maatregelenpakket, waarna de uitvoering in 2007 startte.

Geen opmerkingen:

Mogelijk gemaakt door Blogger.