Ads Top

Op één na droogste april sinds begin metingen

Na een reeks maanden met normale hoeveelheden neerslag was april uitzonderlijk droog. Landelijk gezien was het zelfs de op één na droogste april sinds het begin van de metingen. Gemiddeld viel er deze maand zo’n 10 millimeter neerslag. Daarmee doet april wat hij vaker wil: droog zijn, maar dit jaar in versterkte mate.

Normaal gesproken valt er in april gemiddeld rond de 40 millimeter regen. De geringe neerslag van deze maand past in een langere trend van afnemende regen in april. Waar in de meeste maanden juist meer regen valt dan begin vorige eeuw, is april een uitzondering. De gemiddelde neerslag daalde van 46 millimeter (1901–1930) naar 41 millimeter (1991–2020).

Daarnaast was april een zeer zonnige maand, vaak met een oostelijke wind en bijbehorende droge lucht. Door de combinatie van weinig neerslag, veel zon en droge lucht is het neerslagtekort snel en fors opgelopen. Voor het watersysteem is de regen in de eerste week van mei dan ook zeer welkom.

In april is het neerslagtekort met 80 millimeter toegenomen. Dat betekent dat er 80 millimeter meer water is verdampt dan er is gevallen. Omgerekend gaat het om ongeveer 130 miljoen kuub water. Ter vergelijking: in een zeer droog jaar onttrekken boeren in heel Brabant samen ongeveer 100 miljoen kuub water.

Het neerslagtekort komt voor in het werkgebied van Aa en Maas, gemeten bij Volkel, uit tussen de mediaan en de 5 procent droogste jaren. Omdat deze meting loopt vanaf 1 januari, is er op dit moment nog sprake van een lichte waterbuffer. De bijbehorende figuur laat dit zien: de zwarte lijn voor het huidige jaar, de groene lijn voor de 5% droogste jaren, de blauwe lijn voor de mediaan en de rode lijn voor recordjaar 1976.

De grondwaterstanden zijn in april 10 tot 30 centimeter gedaald. Die daling past bij de tijd van het jaar: in het voorjaar is grondwater meestal in een neerwaartse beweging. De afwijking ten opzichte van wat gemiddeld wordt verwacht, is niet veel groter geworden dan een maand geleden.

In april zijn de afvoeren in sloten en beken gestaag gedaald en aan de lage kant terechtgekomen, maar nog ruim boven kritische waarden. Onttrekkingsverboden uit oppervlaktewater zijn daarom niet aan de orde geweest. Door de regen begin mei zijn de afvoeren weer gestegen naar normale waarden voor de tijd van het jaar.

Beken op de hogere gronden voeren nog wel weinig water af. Dat komt doordat het grondwater daar nog niet hoog genoeg staat. Het grondwater is namelijk de belangrijkste waterbron voor deze beken. Op enkele kleine sloten en beken in de hogere delen is sprake van droogval. In beken en sloten waar nog water staat, worden de waterstanden met stuwen zo hoog mogelijk gehouden.

De bodem is in april snel opgedroogd door veel zon en een aanhoudende oostenwind. De bovenste laag van de bodem, de eerste 15 centimeter, bevatte nog maar weinig vocht. Dieper in de bodem is nog wel vocht aanwezig. De bodem is dus niet uitgedroogd, maar de droogte beperkt zich tot de bovenlaag.

Omdat zaden en jonge plantjes ondiepe wortels hebben, nam de beregeningsbehoefte wel toe. Zonder vocht kunnen zaden niet ontkiemen. De regen van begin mei heeft de toplaag weer natter gemaakt, waardoor die extra beregening nu niet meer nodig is.

Geen opmerkingen:

Mogelijk gemaakt door Blogger.